Werkwoordstijden.
Een groot probleem voor wie Nederlands leert.
De cursisten van module 10 leerden vorige week de OVT herkennen — “ik was ziek”.
Eerder oefenden ze al op het gebruik van de VTT — “ik ben ziek geweest“.
We lazen en beluisterden teksten van mensen die over vroeger praatten. We leerden over T K o F S CH i P. We omcirkelden werkwoorden en maakten er nieuwe zinnen mee. We vertelden over voorbije weekends, over gekochte kleren, over gekookte aardappelen,… als het maar in de verleden tijd was.
De cursisten kregen ook een schrijfopdracht: aan de hand van voorbeeldteksten en een tabel met onregelmatige werkwoorden, moesten ze zelf een tekstje maken. Wie geen inspiratie had, kon eerst een vragenlijst beantwoorden en dan met de antwoorden het tekstje maken.
Het thema: ‘mijn huis vroeger’ (“Toen ik klein was, …”)
Enkele hulpvragen:
- Waar woonde jij toen je nog klein was?
- Woonde je in een huis of op een appartement?
- Hoe groot was je gezin?
- Had je een eigen kamer of niet?
- Welke kleur had je kamer?
- Welke meubels stonden er?
- Wat deed je meestal thuis?
- Vond je het gezellig in huis?
Enkele fragmenten uit de tekstjes van cursisten:
– de originele versie, dus vóór de verbetering –
Pierre
Toen ik klein was, woonde ik in een stad. Ik woonde in een groot huis met een verdiep. Wij hadden 6 kamers bij je thuis, want ik heb veel zussen en broers en papa heeft 3 vrouwen. Ik had niet een eigen kamer maar ik sliep samen met mijn broers. En mijn zussen heeft haar kamer. Wij hadden een groot slaapkamer met drie bed. De kleur van slaapkamer was wit. In de kamer stond alleeen een grote tafel met 6 stoelen voor studie in de namiddag na terug school. Mijn broers en ik wij zijn zes, op de tafel stond een radio en wij luisterden muziek en nieuws. Het was een goede tijd voor mijn broers en ik. Ze was heel gezellig slaapkamer.

Mukda
Vroeger geboorte ik op het hoofdstad in Thailand. Tot 1 jaar langer mijn vader werkte ambtenaar van de politie noord provincie Chaimai. Woonde ik had huis van ambtenaar. Ik had een groot huis. Boven waren 2 kleine slaapkamers en beneden was de woonkamer, naast de gang had keuken en badkamer en een grote tuin. Tot 5 jaar later mijn vader kocht een nieuw huis. Onze huis het kanaal achterblijven. En terrein dichtbij had berg prachtig. Ik ging naar school met onze broers en 1 zus. Vroeger werkte ik in de winkel naaister van vrouwen. Ik werkte 26 jaar lang.
Nancy
Toen ik klein was, woonde ik in een stad, Kinshasa. Ik woonde in een huis. Ik heb niet zus en broers. Onze huis 2 kamers, ik had een eigen kamer. Ik had roze kamer. Ik had groot kamer, stonden erin kleerkast. Ik vond mijn kamer gezellig.
Sebahat
Toen ik klein was, woonde ik in huis in een dorpje. Vier slaapkamers en woonkamer en geen badkamer maar klein douche en tuin. Woonde ik samen met mijn vader en moeder, ik had zeven zussen en twee broers en drie nichtjes van mijn vader. Ik speelde altijd op de straat met mijn vrienden omdat ik had veel vriendinnen. Mijn moeder mocht ik niet in mijn huis spelen, soms met mijn vrienden huiswerk maken dat mag. Mijn huis veel warm maar gezellig. In de winter was er heel veel sneeuw. Als we naar school gingen mijn vriend wacht altijd mij samen naar school gaan.

Kamonthip
Toen ik zeven jaar was woonde ik in een dorp. Een kleine stad in het binnenland van Thailand. Ik had een grote familie en ik had 3 zussen en 3 broers. Maar mijn thuis was niet zo groot, te klein voor iedereen. Elke dag ging ik mijn ma en pa helpen. Ik deed dat graag. Elke maaltijd waren wij samen om te eten. Dan had ik gespeeld met mijn zussen en broers. Vroeger hadden wij geen elektriciteit ook en geen tv en geen radio. Alleen een olielampje. Wij hadden water uit de grond om te drinken. Wassen kuisen en eten te maken. Als ik naar school ging was het te voet, wij hadden geen fiets.
Kamal
Ik woonde vroeger in Algerije. Ik heb vier zussen en twee broers. Wij hadden drie slaapkaamer, een badkaamer, een keuken. Ik verdelen de slaapkaamer met mijn broer. We hadden tv en hifi maar we waren niet rijk maar wij waren blij.
Mediatrice
Ik kom uit Burundi, ik ben 31 jaar, nu woon ik in België. Toen ik klein was woonde ik in een stad van Burundi, Bujumbura. We hadden een groot huis met 5 kamers en daar woonde ik samen met mijn ouders, mijn 4 zussen en 5 broers. Ik sliep samen met mijn 2 zussen in een kamer we hadden een groot bed en een klein met een grote klerenkast. Er stond geen bureau in onze kamer. Ik deed meestal opruimen in onze kamer. Soms mijn zussen konden mee helpen. In onze kamer had een blauwe kleur en was groot Er hingen een kapstok en foto’s. Ik vond onze kamer gezellig.

Krishna
Ik kwam in 2005 naar Gent. Ik woonde in Kazernestraat in Gent. Daar was heel rustig maar kamer was heel klein en duur. In mijn kamer stonden bed, tafel, stoel, koelkast, en lavabo. Ik had 2 jaar wonen dan ik had verhuizen naar Kortrijksepoortstraat. Daar was niet goed want heel lawaai was. Daar reden op de straat veel auto en tram tot middernacht en kamer ook veel koud. Ik had kachel heel nacht aan deed maar ik had kreeg veel duur. Omdat ik had vond niet leuk dan meteen ik had gewenst verhuizen maar ik vond niet.
Nasser-Edine
Toen ik klein was, woonde ik in hoofdstad Algiers land Algerije. Ik woonde in een huis, ik had groot gezin, ik had 6 kamers er bij ons huis. Ik sliep samen met mijn broer, ik had een grote kamer ik had een tafel, twee bets en tv en chen-hifi. Mijn kleur bij mijn kamer blauw.
Songül
Ik woonde in de stad. Toen ik klein was woonde ik in een mooi huis, ik had een grote tuin, ik was samen wonen met mijn grote familie, mijn vader, moeder, zus, grote broer, schoonzus, met mijn kleine broer en mijn neef. Onze huis was drie verdieping. Ik was samen met mijn kleine broer en met mijn neef zelfde kamer slapen. Vroeger toen ik klein was speelde ik mijn tuin samen met mijn vriendinnen. Vroeger was we hebben geen badkamer. Van onze keuken was ouderwets. De huizen in onze straat zagen er allemaal hetzelfde uit. Van mijn straat was veel veel lawaai door de auto’s. Toen ik klein was samen met mijn broer en ik ging naar school. Vroeger hadden we geen tv.

Vera
Ik woonde in een klein dorpje naast Moskou. Ik woonde op een appartement. Ik had niet zo groot gezin. Met mijn oma en mijn moeder. Ik had een zus en geen broer. Er waren 2 kamers. Wij hadden een witte slaapkamer. Ik had geen eigen kamer maar ik sliep samen met mijn moeder. Ik met mama hadden 1 grote slaapkamer maar oma had een kleine slaapkamer. Wij hadden in grote kamer een grote kast, 2 bedden, tv, luster, cd-speler. In het weekend keken wij tv en poetsen. Reden wij naar Moskou. Nee, ik vond onze kamer niet gezellig.
Wilai
Toen ik klein was, woonde ik in een dorpje. Ik woonde samen met 3 broers en 2 zussen. Wij hadden 3 slaapkamers en een grote living, ik sliep met zussen. Het was gezellig familie, in achtertuin stond veel mango. Ik speelde met mijn vriendinnen op het pleintje en op naast de straat als ik ’s middags uit school kwam, kuiste ik in mijn huis en gekookt het eten elke avond voor familie. Elke avond samen wij gegeten. Wij slaapkamer was niet groot, er stond alleen kast en bed. Het liefst zat ik in de tuin, de zon scheen. Het was gezellig.
Youssouf
Toen ik klein was, woonde ik in platteland Tanger Marokko. Ik woonde in huis, ik had groot gezin, ik heb 3 broers en 4 zussen, ik had 5 kamers. Ik had kamer samen met mijn broers. ik had grijs kleur kamer. Ik had groot kamer, ik had klerenkast en tv en radio.

Jeta
Ik woonde toen in de groot stad Kinshasa. Ik had een groot thuis woonden samen met mijn 3 zussen en de twee broers. Thuis ik had zes slapenkamers, 3 slpk voor de dochters en de 2 slpk voor de jongens, 1 slpk voor mijn ouders. De muur buiten de mijn thuis is groen.